Na een paar jaar gebruik staan op de meeste computers behoorlijk wat programma's die ooit voor een specifiek doel zijn geïnstalleerd, maar die intussen al lang niet meer worden geopend. Ze nemen plaats in, staan soms nog in lijstjes en menu's, en dragen zo bij aan een computer die minder overzichtelijk aanvoelt dan hij zou kunnen zijn.
Een goede aanpak is om regelmatig eens rustig door de lijst van geïnstalleerde programma's te lopen en jezelf per programma af te vragen wanneer je het voor het laatst hebt gebruikt. Kun je je dat niet meer herinneren, dan is de kans groot dat het probleemloos verwijderd kan worden.
Twijfelgevallen apart bekijken
Bij programma's waarover je twijfelt, is het geen enkel probleem om ze voorlopig te laten staan en later nog eens te bekijken. Het gaat er vooral om de duidelijke gevallen aan te pakken, de programma's waarvan je eigenlijk al meteen weet dat je ze niet meer nodig hebt.
Voor wie liever niet meteen alles definitief verwijdert, kan het helpen om eerst een korte lijst te maken van wat je van plan bent weg te halen, en die lijst een paar dagen te laten liggen voordat je echt begint. Zo geef je jezelf de kans om terug te komen op een beslissing, zonder dat je meteen alles overhaast wegdoet.
Een computer met alleen programma's die je echt gebruikt, voelt merkbaar rustiger aan: minder zoeken tussen overbodige namen, en meer ruimte voor wat je dagelijks nodig hebt. Deze kleine opruiming, af en toe herhaald, houdt de computer op lange termijn overzichtelijk.
Het is ook nuttig om deze opruimronde te plannen op een vast moment, bijvoorbeeld telkens wanneer de seizoenen wisselen, zodat het niet afhankelijk is van toeval of je er nog aan denkt. Op die manier blijft de lijst met programma's over de jaren heen beheersbaar, in plaats van dat ze langzaam weer aangroeit tot een onoverzichtelijk geheel.